Het verschil tussen uw beste en uw gemiddelde week is extra capaciteit die u al bezit.
De meeste fabrieken kunnen aanmerkelijk meer produceren met de installaties die zij al hebben. Die capaciteit blijft onzichtbaar, omdat de verliesregistratie onvolledig is en niemand het echte beeld heeft. Wij brengen dat beeld samen met uw mensen in kaart, op de werkvloer, en maken de extra capaciteit vrij zonder investeringen: met een effectievere besturing en ander gedrag.
Het gebruikelijke antwoord: meer mensen en meer machines
De forecast vraagt meer dan de operatie levert, en vanaf de werkvloer komt terug dat de installaties al draaien wat ze kunnen. De conclusie ligt voor de hand: er zijn meer mensen en meer equipment nodig.
Maar mensen zijn schaars, kapitaal is duurder geworden en de levertijden van equipment zijn lang. Ondertussen stopt het gesprek over capaciteit, omdat iedereen heeft geaccepteerd dat meer output meer middelen vraagt.
Dat is meestal niet zo. Zeker niet als eerste stap.
Uw fabriek heeft al laten zien wat zij kan
Er zijn momenten in de week of de maand waarop er veel meer wordt geproduceerd: met dezelfde installatie, hetzelfde product, dezelfde bezetting en hetzelfde materiaal. Het gebeurt vaak genoeg dat het niemand meer opvalt.
Die momenten zijn het argument. Niet een benchmark van een andere fabriek, een branchecijfer of het model van een adviseur, maar uw eigen operatie, op een moment dat alles op zijn plek valt. Het gat tussen die prestatie en de gebruikelijke is de capaciteit die u al bezit en niet benut.
Waarom niemand kan zeggen hoe groot het potentieel is
Omdat de gegevens die het zouden laten zien, ontbreken. Korte stops vallen onder de registratiedrempel. Stilstandscodes worden achteraf uit het hoofd ingevuld, of vallen terug op de code die het snelst aan te klikken is. Snelheidsverlies komt nauwelijks in beeld: de lijn liep immers.
En wat wél wordt vastgelegd, leidt door de inrichting van de rapportages niet tot inzicht. De cijfers worden niet geloofd en staan ter discussie. Besluiten worden genomen op gevoel: “ik denk dat”, “volgens mij”.
Hoe wij het potentieel samen met uw mensen vinden
Wij beginnen met gestructureerde waarnemingen op de werkvloer, met de mensen die het proces draaien. Operators en supervisors leggen verliezen vast op het moment dat ze optreden, volgens definities die we vooraf samen vaststellen. We kijken hoe overleggen tot besluiten komen, hoe de planning tot stand komt en waarom die wijzigt, en hoe het werk wordt uitgevoerd. En we vragen mensen wat ze nodig hebben om een goede job te doen. De bevindingen toetsen we steeds met de mensen die het direct aangaat.
Dat levert twee dingen op, en het tweede weegt zwaarder. Een betrouwbare meting van het potentieel: hoe groot het is, waar het zit, wat het waard is en wat er nodig is om het te realiseren. En een organisatie die de werkelijkheid ziet, zowel wat goed gaat als wat beter moet, en die ook accepteert.
Waarom het resultaat blijft
Fabrieken met vergelijkbare installaties, vergelijkbaar opgeleide mensen en dezelfde technische ondersteuning presteren vaak heel verschillend. Onder verder gelijke omstandigheden zit het verschil in de manier van sturen en in houding en gedrag.
Blijvende verbetering vraagt daarom een ander besturingsmodel, ander gedrag en mede-eigenaarschap, in samenhang en samen met uw mensen. Dat is geen quick fix, maar een gestuurd proces.